| Een shampoofleskerk |
| Geschreven door Nico Catsburg |
|
Het was ochtend, met een slaperig gevoel stapte ik uit bed en begaf mij op weg naar de douche. Ik ging door de gebruikelijke handelingen, draaide de thermosstatische kraan open en stapte onder de douche. Terwijl ik onder de douche stond en mijn haar wilde gaan wassen bestudeerde ik de nieuwe fles shampoo die, naar ik meende, voor mij bedoeld was. De gebruikelijke zaken stonden er op, zoals waarvoor het bedoeld was en wat erin zat. Maar mijn aandacht werd getrokken naar een stukje tekst wat uit twee woorden bestond. Het triggerde mijn gedachten, er stond “mijn haar” op de fles. Terwijl het water uit de douchekop neerkletterde en op mijn hoofd bedacht ik me dat reclamemakers dit hadden verzonnen, dus dat het wel het een of andere nut had, een doel beoogde. ‘Natuurlijk is deze fles voor mijn haar, niet voor iemand anders op dit moment,’ was mijn gedachte. Maar dat zal de reclamemakers niet zozeer op de gedachte gebracht hebben deze twee bewonderenswaardige woorden te gebruiken. Die hadden de shoppende klant op ogen die door de winkel struint naar iets van zijn of haar gading. Deze shoppende klant zou dan met de fles in de hand staan en zien dat er “mijn haar” op stond. Als er dan stond, “zijn haar” zou je natuurlijk de fles weer neerleggen. Want de gedachte is dan, dit is niet voor mij maar voor hem. Als er stond, “haar haar” zou je taalkundig in de knoop raken en van verwarring de, voor je gevoel, stotterende fles neerleggen. Maar waarom stond er dan zo een bijna inhoudsloze kreet op de fles? Mijn oplossing daarvoor was dat de reclamemakers beseffen dat we in een individualistische maatschappij, in een individualistisch landje, wonen. Dit kwadraat van oneigenlijk ethisch levensbesef zal de aanstichter zijn geweest. Terwijl ik mijn haar met het goedje inmasseerde, besefte ik mij dat we de gemeente, de kerk, ook zo kunnen ervaren. Als “mijn kerk” bedoel ik. Onder de prikkels van het masseren van mijn haar werden ook op wonderlijke wijze mijn hersens geprikkeld en gingen mijn gedachten op de loop. Wat nu als wij zeggen dit is “mijn kerk”, wat betekent dat? Betekent dit dat wij zo van die gemeente houden, dat je als het ware je hart eraan verloren hebt en er van alles voor over hebt, of betekent het dat het jouw kerk is en dat jij dus rechten van bezit meent te hebben? De eerste gedachte betekent dat je terwijl je je, misschien wel op verschillende fronten, inzet en je tienden geeft je ook moeilijke dingen wilt incasseren. De tweede gedachte zal er waarschijnlijk naartoe leiden dat je graag wat incasseert, zoals een goede preek, een geweldige dienst, een dynamische jeugdafdeling, excellent zondagschoolwerk, hoogstaand pastoraat, enz. en je je het recht toe-eigent ondertussen allerlei onverholen kritiek te uiten waar de desbetreffende gemeente zich niet naar jouw beeld voegt, want het is “mijn kerk” … toch?! In onze tijd van doorgeslagen individualisme ligt de tweede houding op de loer om het gedachtegoed van de gemeente te gaan dirigeren. Waarom moet het mijn shampoo zijn? Omdat dat lekker van mij is, ik er recht op heb, ik mij goed moet kunnen verzorgen en het om mijn wellness gaat? Gaat het ook zo in de kerk? Nou is het zo dat je je in ieder geval niet ongelukkig zou moeten voelen in de gemeente van Jezus Christus. Maar hoe hoog ligt de lat van jouw gevoel van acceptatie van pijn? Wat is jouw pijngrens in relatie met andere gelovigen en hoe verhoud die zich ten opzichte van de fijngrens? Moet de gemeente van Jezus Christus het niveau van een shampoofleskerk hebben? Paulus zegt het volgende over dit soort zaken: ‘Ik wil iedereen ter wille zijn, in welk opzicht dan ook; ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van alle anderen, opdat ze worden gered.’ (1 Kor. 10:33) Dat geeft een wat ander beeld dan de drive naar wellness voor mijn eigen persoontje. Waarom moet het mijn kerk zijn? Omdat dat lekker van mij is, ik er recht op heb, ik mij goed moet kunnen verzorgen en het om mijn wellness gaat? Ik ben ervan overtuigd van niet. Het gaat om wellness voor de hele gemeente inclusief jezelf en daar mag je best wel wat voor laten. Het is toch niet mijn kerk, maar die van Jezus Christus? |
