| Naar het museum |
| Geschreven door Nico Catsburg |
Samen met onze oudste dochter ging ik naar het van Gogh museum om een expositie te bekijken. We namen de tram en na dit vervoersmiddel te hebben overleefd, kwamen we aan op het museumplein en liepen naar de ingang van het museum. Er hingen natuurlijk nogal wat schilderijen van Vincent van Gogh. Ook hingen er werken van verschillende oude Nederlandse meesters zoals Rembrandt en Saenredam, maar ook werken van Monet, Chagall, Rietveld en anderen. We genoten van de schilderijen, praatten met elkaar over de ontwikkeling van van Gogh en hoe soms zijn depressieve gevoelens voor ons zichtbaar waren op het doek.![]() Waardering voor kunst is iets wat onze oudste dochter en ik allebei hebben. Haar niveau is echter van een andere orde, maar ook anders gericht. Onze smaken verschillen en daar kunnen we met respect voor elkaars mening over praten. Het komt nooit tot een discussie, want dat vinden we beiden zonde van de tijd die daarmee verloren gaat. Het gaat bovenal om het genieten van vormen en kleuren. Nadat we twee uren hadden rondgewandeld hebben we ons museumbezoek afgesloten met een kruidenthee voor mijn dochter, een cappuccino voor mij en allebei een muffin. Maar hoe wij ook kunst op prijs stellen het allerbeste deel is dat we gewoon samen zijn en dan, als de mogelijkheid zich voordoet, lekker kunnen kletsen. Als vader geniet ik er enorm van om iets samen met een van de kinderen te doen. Of het nu voetballen, berg klimmen of naar een concert of museum gaan is, het is allemaal even leuk. Aan onze oudste dochter zag ik dat ze er ook van genoot. Ze is al midden twintig, maar ze genoot duidelijk op dezelfde manier als toen ze een klein meisje was en ik tijd voor haar nam. Deze momenten zijn onbetaalbaar, je wordt betrokken in de leefwereld van je kind waar je zo veel van houdt. Eigenlijk denk ik dat de hemelse vader er net zo in staat. Hij wil betrokken zijn bij jou zijn kind. Hij verlangt ernaar om je te horen spreken, om je te zien genieten om met je onderweg te gaan en ook moeilijke dingen aan te horen. Onder andere Job wist daarvan. In zijn overwegingen over zijn tegenslagen komt Job op het punt dat hij het leven niet meer ziet zitten. In zijn beschouwingen wordt hij dan even in zijn denken omhoog getrokken, even uit de brei gehaald van ontzettend negatieve gedachtespinsels en krijgt hij een helder zicht op God. Dan komt hij tot de uitspraak: ‘U zou me roepen en ik zou antwoorden, u zou terugverlangen naar het werk van uw handen.’ (Job 14:15) Wat Job omschrijft is het liefdevolle verlangen van God, de schepper, naar zijn schepsel, zijn kind. Wij zijn het werk van zijn handen en als het mogelijk zou zijn dat Hij ons niet meer zou zien, dat wij verwijderd zouden zijn van hem, dan verlangt hij terug naar ons. Zo werkt het bij de mens, wij zien door onze beperkingen niet alles. Maar God die almachtig, alwetend en alomtegenwoordig is, stijgt daar ver bovenuit en is er altijd voor jou. Hij is een goede vader die verlangd naar contact met jou, zijn kind en jij mag antwoorden. |

